Apollo 11 Menu

Maan inzet van prestigeslag.

apollo 11 crew x26 Juli 1969, Ruimtevaart stimuleert wetenschap De strijd om de maan.

GEZIEN het Amerikaanse stelsel en het wereldstelsel, tot welks ontstaan Amerika veel heeft bijgedragen, was het waarschijnlijk onvermijdelijk dat op een goede dag Amerikanen een landing zouden ondernemen op de maan. Gezien hetzelfde stelsel, is het niet verwonderlijk dat de omstandigheden waaronder deze gebeurtenis plaats vond een zo opmerkelijk contrast vertonen met het zo verheven idealisme gepreekt door de NASA.

Of dit redelijk Is of niet, de maanlanding heeft enorme indruk, gemaakt op ons, aardbewoners. En in 1961 meende men, zoals dr. Wiesner spijtig toegeeft, dat het „iets te maker, had met militaire macht". Ofschoon Kennedy Wiesner weliswaar vroeg om een andere manier te verzinnen om ie prestatie van Gagarin te doen vergeten — „zoiets als een methode voor het ontzouten van zeewater of het vergroten van de voedselproduktie voor de wereld" — begreep Wietner maar al te goed dat slechts een landing op de maan beantwoordde aan de wensen van de president. Maar de wereld heeft sedert 1961 niet stilgestaan en als Kennedy nog leefde, zou hij zich gedwongen voelen hierin redenen tot twijfel te zien. In zijn dagen zagen zowel Washington als Moskou de wereld als iets dat verdeeld moest worden tussen de twee grootste mogendheden. Elke voorsprong gewonnen door één van de twee betekende een verlies voor de andere, en geen hoekje op aarde kon zich onttrekken aan de invloed van de ene of de andere mogendheid. Indien de betekenis van het woord „prestige" al geanalyseerd werd (en in het Witte Huis was hiervan weinig sprake), betekende het een invloed welke andere naties ertoe bracht vrijwillig aan een van de twee grote mogendheden de voorkeur te geven. De maan — zichtbaar, romantisch en uitdagend — zou een beslissende invloed kunnen hebben op de uitkomst van de prestigewedren.

Invloed

Wat evenwel in dit wereldbeeld over het hoofd werd gezien was de mogelijkheid dat er naties zouden kunnen zijn die zich niet wensten te laten leiden door bewondering voor één van de twee Grote Mogendheden, maar welke zich zouden laten leiden door het vaste besluit zich bij geen van beide kampen aan te sluiten. De Derde Wereld, de wereld van nationalisme en onafhankelijkheid, zou zich nog moeten doen gelden. Terwijl het in 1961 nog mogelijk was dat een Afrikaans of Aziatisch staatsman de verovering van de maan zou beschouwen als een manifestatie van technologische macht, die van belang was voor zijn eigen problemen is dit nu veel minder waarschijnlijk. Het is duidelijk dat Amerika niet de wereld regeert, zoals Johnson met zoveel zekerheid verwacht had. Het is zelfs twijfelachtig of de invloed welke zij inderdaad bezit iets te maken heeft met de maan. Het idee dat de strijd om de maan iets te maken had met militaire macht blijkt eveneens weinig te maken te hebben met de werkelijkheid. In 1961 bleek men nog steeds bereid te luisteren naar fantastische voorspellingen. Een woordvoerder van de Douglas Aircraft Corporation onthaalde bijvoorbeeld het Congres op een beschrijving van een toekomstige oorlog, die gevoerd zou worden met gebruikmaking van projectielen welke opgeslagen zouden worden in een of andere verborgen hoek van de Melkweg, miljoenen kilometers verder dan de maan. Ruimtebommen werden voortdurend genoemd in ruimtejargon. Vandaag evenwel gelooft vrijwel niemand meer dat projectielen, gelanceerd vanaf vaste lanceerplaatsen op de aarde, vervangen kunnen worden door ruimteprojectielen. Wat nog duidelijker taal spreekt is het feit dat dat de enige, nog resterende militaire aanspraak op een bemande ruimte, het voorstel namelijk voor een observatielaboratorium in een ruimtebaan. een maand geleden als overbodig werd verworpen. Het lijkt er nu werkelijk op dat men eindelijk instemt met Eisenhowers overtuiging dat er in de ruimte geen plaats is voor soldaten.

Onzekerheid

BOVENDIEN mag men. als men zich een oordeel wenst te vormen over de invloed van het maangebeuren op Amerika's macht, zekere aardse gebeurtenissen in het tijdperk van de ruimtevaart niet over het hoofd zien. Indien bedrijvigheid in de ruimte een beeld schept ran macht, hebben Vietnam. geweldpleging in de getto's, moordaanslagen en economische onrechtvaardigheid een beeld geschapen ran onzekerheid en maatschappelijk onvermogen. Het is misschien simplistisch te redeneren dat de binnenlandse toestand in Amerika gezonder zou zijn, als men afgezien had van de wedren om de maan. Wat evenwel niet betwijfeld kan worden is dat vele aspecten van het leven in Amerika op groter schaal worden verworpen dan in de Jaren Vijftig, en dat, indien men hiervoor de politieke wil had kunnen opbrengen, er met de middelen bestemd aan de ruimtejacht een aantal monumentale projecten had kunnen worden verwezenlijkt op de aarde. Misschien is er een onverwacht ironische kant aan de waarheid omtrent de maanlanding. Ofschoon de astronauten Armstrong en Aldrin niet in de eerste plaats voor wetenschappelijke doeleinden naar de maan werden gestuurd. zullen de historici van de toekomst misschien tot de conclusie komen dat slechts de wetenschap en de menselijke zucht naar avontuur, ondernomen door anderen, bevredigd zullen blijken te zijn. Het ziet er naar uit dat de politieke konsekwenties veel geringer zullen zijn dan Kennedy zich met enige moeite wijsmaakte, voordat hij de beslissing over de maanvlucht publiek maakte. Maar aan de wetenschappelijke resultaten valt niet te twijfelen. Het ruimteprogram heeft, openlijk en royaal, geleid tot grote technologische vooruitgang. Metalen, computers, motoren, communicatiemiddelen, weefsels en de medische wetenschap zullen alle profijt hebben op de aarde. dank zij de buitengewone vervolmaking van dit alles, dat nodig was om hen te kunnen gebruiken in verband met de ruimtevaart. De monsters meegenomen van het maanoppervlak zullen een revolutie teweeg brengen ln onze kennis van de aard en de oorsprong van deze planeet. Deze nevenprodukten hadden alle binnen ons bereik gelegen met heel wat minder drama en onkosten. maar zonder het maanprogram (Zo werkt de economie nu eenmaal) is het onwaarschijnlijk, dat zij in de huidige generatie ter beschikking zouden zijn gekomen. Als deze vooruitgang het enig doel was geweest van de maanlanding, zou de landing nooit hebben plaatsgevonden. Indien deze en andere vormen van vooruitgang de enige rechtvaardiging vormen die men naar voren kan brengen voor vluchten naars Mars en verder (en dit is wat NASA nu op luide toon eist), is het onwaarschijnlijk dat dergelijke vluchten zullen worden ondernomen door een land dat zich steeds meer bewust wordt van andere manieren waarop men het daarvoor benodigde geld kan besteden.

Maar nu Armstrong en Aldrin hun landing op de maan verricht hebben en er de Amerikaanse vlag hebben geplant, kunnen zij er eveneens zeker van zijn dat hun namen geboekstaafd zullen blijven in de geschiedenis van de wetenschap. WORDT VERVOLGD [Terug]

Source: De Tijd, 26-07-1969.
Dit zijn naar alle waarschijnlijkheid de artikelen waar Bill Kaysing vele malen aan refereerde, als kritische Nederlandse nieuwsartikel, tijdens de Apollo 11 maanlanding.

26 07 1969 MAAN INZET VAN PRESTIGESLAG