Cosmic radiation so high that human life is impossible

krant 1

3 Juli 1958, Cosmic radiation are so high that human life is not possiblein space.

(From a medical worker) Our ancestors lived in a quieter time than we do. What are the characteristics of the unrest of the time in which we live? everyone is in a hurry, nobody has time, while the greater speed should give us more time. Then there is the noise that engulfs us and many people can not even live without it anymore. All of this makes us admire the adaptability of the human organism.

The increased demands made on our senses and therefore also on our brains which withstand the impressions which the senses pass on, preserve and possibly reproduce again, are generally reasonably well received. There has been another factor since the beginning of this century. The body and mind will be heavily tested.

The radioactivity that affects us must be distinguished in the so-called natural radiation and the artificial, which man himself generates (nuclear energy, X-rays). We want to put it first and for all to our newspaper reader that the artificial radioactivity is, or at least could be, a real good thing. In medicine, we would not want to miss the X-rays and the radioactive isotopes, and the technology will be inconceivable without atomic energy in 100 years, when the other energy sources (coal, oil) start to dry up. Imagine what the world would become without electricity!

The natural radiation comes partly from space (cosmic radiation). Traditionally, this ray of rain, if we may call it that, descends upon mankind, it is only a very small part of the total cosmic radiation coming from the universe. The atmosphere surrounding our earth sifts out most of the cosmic radiation. We know little about the extent to which the cosmic radiation that reaches us. After all, we do not have a comparison object. It is certain, partly from the data that reached us from the satellites, that outside our atmosphere the cosmic radiation is so high that human life is not possible there. Further we know that the radioactive minerals (uranium, thorium and radium), which occur in small amounts in the earth's crust and which have become the subject of interest after 1900. The great French scholar Becquerel discovered at the end of the last century after the more or less accidental discovery of the rays that are named after the discoverer, Röntgen, the phenomenon of radioactivity, with which the gate to the atomic age had been opened. The word radioactivity comes from Madame Curie, who, working on the work of Becquerel, discovered the much stronger radium. Quite popularly, we could roughly describe the radioactivity as: emitting rays without prior exposure or irradiation of the rays by a radiation source. With "phosphorescence" on the other hand, the substance in question only emits light if it has been irradiated in advance. Phosphorescence is common, but is not medically important. In particular, it is in no way dangerous or harmful to health.

Many thick books have been written about the properties of the radioactive and X-rays. In a few lines now something about the most important properties for us. In the first place, like light rays, they have the ability to penetrate solids, but their penetration capacity is much stronger. These rays are not stopped by paper and light metals; the materials mentioned are as "transparent" for such beams as glass for light, and only heavy metals are suitable for the absorption of radioactive and X-rays. This finds its application in the use of lead tubes to store radium and lead screens and aprons in the X-ray room to protect the patient and the analysts working there all day long against an excess of X-rays.

With this we immediately come to the second characteristic: the effect on the photographic plate. If it is enclosed in an aluminum shell, through which the rays easily pass, irradiation with radium or X-rays from an object placed in front will give a shadow image, that is to say, behind the object the film is not exposed ", the rest is. If we hold a key for the plate, a picture of the key will be generated and it will now also be understood that the X-ray picture can never show a beautiful and face image. But here too the technique has created possibilities with all sorts of possibilities that would not have been possible until a few decades ago. The radium radiation can not be used to make photographs. This is where an important difference between radium and X-rays is revealed. With the latter a contrast-rich image is obtained; as a result of which they are far more preferable to radium with the help of the sensitive plate.

Original text plus clipping in Dutch:

(Van een medische medewerker) Onze voorouders leefden in een rustiger tijd dan wij. Wat zijn zoal de kenmerken van de onrust van de tijd, waarin wij leven? overheerst de snelheid, niet in het verder alleen maar in het gehele levenstempo (iedereen heeft haast, niemand heeft tijd, terwijl de grotere snelheid juist meer tijd zou moeten maken!). Dan is er het lawaai dat ons overspoelt en waar veel mensen niet eens meer buiten kunnen. Dit alles doet ons met bewondering het aanpassingsvermogen van het menselijk organisme beschouwen. De verhoogde eisen die worden gesteld aan onze zintuigen en derhalve ook aan onze hersenen die de indrukken, welke de zintuigen doorgeven verwelken, bewaren en eventueel weer reproduceren, worden in het algemeen blijkbaar redelijk opgevangen. Er is sinds het begin van deze eeuw nog een andere factor bijgekomen, die mensen, lichaam en geest zwaar gaat belasten.

de radioactiviteit en het is de vraag in hoeverre ons aanpassingsvermogen hier raad mee zal weten.De radioactiviteit die ons treft moeten wij onderscheiden in de zogenaamde natuurlijke straling en de kunstmatige, die de mens zelf opwekt (kernenergie, röntgenstralen). Wij willen vooropstellen — en voor de krantenlezer is het een vanzelfsprekende zaak —, dat de kunstmatige radioactiviteit een wezenlijk goed is, althans kan zijn. In de geneeskunde zouden wij de röntgenstralen en de radioactieve isotopen niet graag meer willen missen en de techniek zal over 100 jaar, als de andere energiebronnen (steenkool, olie) gaan opdrogen, ondenkbaar zijn zonder atoomenergie. Stel u eens voor wat de wereld zou worden zonder elektriciteit!

De natuurlijke straling stamt ten dele uit de wereldruimte (kosmische straling). Van oudsher daalt deze stralenregen, als wij het zo mogen noemen, op de mensheid neer; overigens is het maar een zeer klein deel van de totale kosmische straling die uit het heelal op de aarde afkomt. De dampkring die onze aarde omgeeft zeeft het merendeel van de kosmische straling eruit. Wij weten er weinig van in hoeverre de kosmische straling die ons bereikt kwaad of goed doet. Wij hebben immers geen vergelijkingsobject. Vast staat, mede uit de gegevens die ons bereiken van de kunstmanen, dat buiten onze atmosfeer de kosmische straling zo hoog is, dat menselijk leven daar niet mogelijk is. Radioactieve- en röntgenstralen: nieuwe factoren van menselijke onrust, maar hun nut is onbetwistbaar verder kennen wij nog de radioactieve mineralen (uranium, thorium en radium), die in geringe hoeveelheden in de aardkorst voorkomen en die na 1900 als zodanig in de belangstelling zijn gekomen. De grote Franse geleerde Becquerel heeft eind vorige eeuw na de min of meer toevallige ontdekking van de stralen die zijn genoemd naar de ontdekker, Röntgen, het verschijnsel van de radioactiviteit gevonden, waarmee de poort naar het atoomtijdperk was geopend. Het woord radioactiviteit is afkomstig van Madame Curie, die, voortbouwend op het werk van Becquerel, het veel sterker werkende radium ontdekte. Heel populair gezegd zouden wij de radioactiviteit ongeveer kunnen omschrijven als: uitzenden van stralen zonder voorafgaande belichting of bestraling van de stralen door een stralingsbron. Bij „fosforescentie" daarentegen straalt de betreffende stof alleen licht uit als ze van te voren zelf bestraald is. Fosforescentie komt veel voor, maar is medisch gezien niet van belang. Het is met name in geen enkel opzicht gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid.

Over de eigenschappen van de radioactieve en röntgenstralen zijn vele dikke boeken geschreven. In enkele regels thans iets over de voor ons belangrijkste eigenschappen. Op de eerste plaats hebben zij evenals lichtstralen het vermogen door vaste stoffen heen te dringen, hun doordringingsvermogen is evenwel veel sterker. Door papier en lichte metalen worden deze stralen niet tegengehouden; genoemde materialen zijn voor zulke stralen even „doorzichtig" als glas voor licht. Alleen zware metalen zijn geschikt om radioactieve en röntgenstralen te absorberen. Dit vindt zijn toepassing in het gebruik van loden kokers om radium in op te bergen en loden schermen en schorten in de röntgenkamer om de patiënt en de analisten die daar de gehele dag werken te beschermen tegen een overvloed van röntgenstralen.

Hiermee zijn wij dan meteen op de tweede eigenschap gekomen: het effect op de fotografische plaat. Als deze in een aluminium huls is opgesloten, waar de stralen gemakkelijk doorheen gaan, zal bestraling met radium of röntgenstralen van een ervoor geplaatst voorwerp een schaduwbeeld geven, dat wil zeggen achter het voorwerp is de film niet belicht", de rest wel. Zouden wij een sleutel voor de plaat houden, dan ontstaat een afbeelding van de sleutel. Men zal nu ook begrijpen dat de röntgenfoto nooit een fraaie en face afbeelding te zien kan geven. Maar ook hier heeft de techniek met allerlei kneepjes mogelijkheden geschapen die slechts enkele tientallen jaren geleden niet voor mogelijk zouden zijn gehouden. Voor het maken van foto's is de radiumstraling niet bruikbaar. Hier treedt namelijk een belangrijk verschil tussen radium en röntgenstralen aan het licht. Met de laatste wordt een contrastrijker beeld verkregen; waardoor zij bij de diagnostiek met behulp van de gevoelige plaat verre de voorkeur verdienen boven radium.

Source: Amigoe di Curacao, 3 Juli 1958.
03 07 1958 buiten onze atmosfeer de kosmische straling